Grondeigenaren bij een gedoogplicht niet meer met lege handen

27 mei 2024

Aan grondeigenaren die met de leidingeigenaar niet tot overeenstemming kunnen komen over de vergoeding van de schade, wordt een gedoogplicht opgelegd.

Is de gedoogplicht eenmaal een feit, kan de leidingeigenaar zijn werkzaamheden starten zonder dat de grondeigenaar een vergoeding heeft ontvangen. Op 21 juni 2019 heeft de Hoge Raad een belangrijke uitspraak gedaan inzake de schadeloosstelling die betaald moet worden, ook als er een gedoogplicht is opgelegd.

In deze casus was een gedoogplicht opgelegd voor de aanleg en instandhouding van een 380 kV-hoogspanningsleiding door TenneT. Partijen verschilden van mening over de vraag of ook de waardevermindering van de percelen, die voortvloeide uit het rijksinpassingsplan dat de masten planologisch mogelijk maakte op grond van de Belemmeringenwet Privaatrecht (BP), voor vergoeding in aanmerking komt. Zowel de kantonrechter als het gerechtshof waren van mening dat deze schade onder het planschaderegime valt waarvoor een planschadeverzoek ingediend zou moeten worden bij de bevoegde instantie. Nadeel hiervan is dat er in die procedure bepaalde drempels zijn, waaronder eventuele voorzienbaarheid. Tevens dient rekening te worden gehouden met normaal maatschappelijk risico. Kortom een dergelijke procedure is vaak niet of minder interessant voor een grondeigenaar.

In haar uitspraak van 21 juni heeft de Hoge Raad bepaald dat de volledige schadeloosstelling op grond van de BP ook waardedaling van het object omvat. Dat impliceert tevens de waardevermindering van de percelen als gevolg van de aanleg en instandhouding van een werk op basis van een gedoogplicht. De Hoge Raad ziet geen reden om de schade die is geleden als gevolg van de maatregel die het werk planologisch mogelijk heeft gemaakt, buiten beschouwing te laten.

Paul Bakker, rentmeester in Noord-Brabant, is van mening dat het besluit van de Hoge Raad recht doet aan de positie van de grondeigenaar. Na de uitspraak van de kantonrechter en het gerechtshof leek het erop dat de grondeigenaar gedwongen was om een planschadeverzoek in te dienen. Bijkomend probleem hierbij: de termijn voor indiening was in veel gevallen reeds verlopen. Grondeigenaren die wel op tijd de gang naar de rechtbank maakten, werden geconfronteerd met voorzienbaarheid en een hoog percentage normaal maatschappelijk risico.

Gelukkig heeft de Hoge Raad hier nu een stokje voor gestoken. Je zult maar een of meerdere hoogspanningsmasten  met alle bijbehorende toeters en bellen op je land hebben moeten accepteren en aan het eind van de rit met lege handen staan. Gelukkig heeft men ingezien dat dat toch een brug te ver is.....

Paul Bakker

Paul Bakker is lid van Rentmeesters.nl in de provincie Noord-Brabant

Reactie: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.