Arjen Lubach maakt gehakt van ………

20 juli 2024

Onlangs werd in het TV-programma ‘Zondag met Lubach’ uitgebreid aandacht besteedt aan de discussie over subsidie ten behoeve van windenergie. 

Als ik die discussie goed begrijp dan is de kritiek dat de subsidie niet lokaal terecht komt, maar bij de verkeerde partijen. En dat degenen die er last van hebben geen of nauwelijks financieel of ander voordeel van een dergelijk landschapontsierend project hebben. Deze kritiek betreft vooral het feit dat subsidie voor het stimuleren van de productie van groene energie in het buitenland belandt via de verkoop van windenergieprojecten en de afzet van de in Nederland geproduceerde stroom aan multinationals. De windprojecten op land worden veelal geïnitieerd door agrariërs. Zij verrichten de jarenlange inspanningen voor het verkrijgen van subsidie en vergunningen, verkopen daarna het project aan een van de energieleveranciers waarvan de aandelen door hogere en lagere overheden inmiddels zijn verkocht aan multinationals. Die energieleveranciers verkopen op hun beurt de stroom weer aan huishoudens en aan andere multinationals.

De opwekking van energie middels de vestiging van nieuwe windturbines op het land, maar ook de realisatie van zonneweiden op landbouwgrond en de aanwending van landbouwgrond ten behoeve van andere niet agrarische doeleinden raken het werkveld van de rentmeester. Het volgen van de maatschappelijke discussie heeft dan ook onze interesse.

De overheid ontwikkelt stimuleringsmaatregelen voor het opwekken van groene energie, onder meer om aan de klimaatdoelstellingen te kunnen voldoen. Mede door de subsidies zijn initiatiefnemers in staat energieprojecten op land en water te ontwikkelen. Met de kennis van nu is het de vraag of de subsidieregelingen niet te ruimhartig waren of zijn. Meer dan eens zijn windenergieprojecten reeds voordat de windturbines draaien door initiatiefnemers tegen behoorlijke bedragen van de hand gedaan.

Door de verdergaande digitalisering, zowel bij huishoudens als bij bedrijven, blijft de vraag naar stroom stijgen. Zeker nu we allemaal binnen afzienbare tijd van het gas moeten. Die stroom wordt in Nederland ook lokaal geproduceerd, bijvoorbeeld op daken van woonhuizen, op zonnevelden of door windturbineprojecten op landbouwgrond. Uit de discussie bij Lubach begrijp ik dat we die lokaal geproduceerde energie bij voorkeur lokaal zouden moeten gebruiken en dat die dan ook geleverd zou moeten worden door een Nederlands nutsbedrijf. Dat is eigenlijk dezelfde discussie die we voeren over het feit dat we in Nederland landbouwproducten produceren, grotendeels voor de export. We zouden die productie moeten beperken tot de interne markt zodat we dier- en milieuvriendelijker kunnen produceren.

Daarmee wordt lokaal gewonnen energie toegevoegd aan het rijtje lokaal geproduceerde agrarische streekproducten. Dat lijkt mij een nobel streven. Immers het beperken van verkeersbewegingen of transport van energie zal bijdragen aan een schonere wereld. Anderzijds moeten we ons realiseren dat we in de zomerperiode tegen zeer lage kosten stroom uit Duitsland inkopen en verbruiken. Let wel. Wij profiteren van in Duitsland opgewekte, gesubsidieerde groene stroom. Al of niet geproduceerd in iemands achtertuin. Met andere woorden: zij hebben de lasten, wij de lusten.

Wellicht denk u nu, leuk verhaal maar waar raakt dit nu het werkveld van de rentmeesters?

Wanneer je zoals Lubach iets aan de kaak wilt stellen is het eenvoudig om de zaak vanuit één kant te belichten. Maar het is juist de taak van een rentmeester om de zaak vanuit verschillende invalshoeken te bezien. Alleen zo kan de rentmeester zijn of haar cliënten deskundig adviseren.

Heeft u vragen over wind- of zonneprojecten? Neem dan contact op met de rentmeester in uw provincie.

Jack Ritsema

Jack Ritsema is lid van Rentmeesters.nl in de provincie Flevoland

Reactie: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.